Indymedia.be is niet meer.

De ploeg van Indymedia.be is verhuisd naar DeWereldMorgen.be waar we samen met anderen aan een nieuwswebsite werken. De komende weken en maanden bouwen we Indymedia.be om tot een archief van 10 jaar werk van honderden vrijwilligers.

Neutraliteitseis in de rechtszaal: moet kunnen.

Neutraliteitseis in de rechtszaal: moet kunnen.

Met een opiniestuk in “De Morgen” van vandaag 2 mei, hebben de schrijvers ervan weerom een mooi stukje theocratische propaganda afgeleverd: “Keppeltjes in de rechtszaal: het moet kunnen”. Het verkondigt anti-democratische larie, uit VUB-pennen.

Het stuk gooit concepten op een hoopje dat het niet meer mooi is, zodat men aan enige moedwil zou gaan denken.

(1) Hun besluit aan het einde is:
“Een algemeen verbod op de hoofddoek zonder meer is ongeoorloofd in een democratische rechtsstaat. Laat de Belgische overheid en de rechtspraak, in het bijzonder het Arbitragehof, daarover eindelijk eens duidelijk zijn”.

Wanneer ik zulke onzin lees, heb ik eerst de neiging om in mijn ogen te wrijven. Als “een algemeen verbod op de hoofddoek zonder meer”, het onderwerp was, zou er niet de minste juridische onzekerheid bestaan. De gouverneur van Oost-Vlaanderen floot probleemloos de Stad Lokeren terug, wanneer die het probeerde. Een hoofddoek verbieden en een keppeltje toestaan, dat kan inderdaad niet.

Maar een neutraliteits-eis is geen specifiek hoofddoekverbod, en daarom is de prejudiciële vraag die de rechter Walter Desmedt gesteld heeft aan het Arbitragehof wel anders: “Primeert religie op het gelijkheidsprincipe of omgekeerd?”

Hij heeft gevraagd of niet-religieuzen benadeeld worden als hij de hoofddoek niet mag verbieden. In dat geval immers zouden gelijkaardige “misdrijven” om religieuze redenen onbestraft blijven, en zo vraagt de rechter zich af, is dat dan geen schending van het gelijkheidsbeginsel tussen religieuzen en seculieren? Ik zou daar nog aan toevoegen: en discriminatie tussen erkende en niet-erkende godsdiensten.

(2) “De religieuze vrijheid is uiteraard niet absoluut en kan op legitieme wijze worden ingeperkt, wanneer bijvoorbeeld de rechten en vrijheden van anderen of de publieke orde in het gedrang komen (artikel 9 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens). Of dit het geval is, kan echter niet a priori en in algemene bewoordingen worden uitgemaakt maar dient te gebeuren in functie van de concrete omstandigheden. Dit impliceert dat voorafgaandelijke en acontextuele hoofddoekverboden in schoolreglementen of arbeidsreglementen problematisch zijn”

De schrijvers vinden dus dat een neutraliteitseis wel kan (a posteriori, in een bepaalde context), maar niet a priori, “acontextueel”.

Een eerste bedenking is dat de schrijvers, blijken vorig citaat, de neutraliteitseis “a priori” ongegrond en ongeoorloofd vinden. Hoe zulks een algemeen verbod op de neutraliteitseis mogelijk kan maken dat contextuele regels wèl kunnen, mag Joost weten. De schrijvers spreken zichzelf zeer duidelijk tegen.

Een tweede bedenking is de vraag waarom een school en een stadsbestuur die zelf beslissen in functie van de concrete toestand, “acontextueel” zou zijn. Het is juist om die reden dat Gent geen en Antwerpen wel een neutraliteitseis hanteert: de context is anders.

Een derde bedenking hierbij is dat er natuurlijk kan gediscussieerd worden of de context van de Stad Antwerpen, in tegenstelling tot die van Gent, wel een neutraliteitseis vereist. Dat is echter een andere discussie: als de Antwerpse context het vereist, dan moet het kunnen.

De schrijvers maken niet alleen een amalgaam van “hoofddoekverbod” en “neutraliteitseis”, maar ook van “discriminatieproblematiek” en “inschattingsproblematiek”. Het kan zijn dat de Stad Antwerpen een inschattingsfout maakt bij het beoordelen van de Antwerpse context, maar daarom discrimineert ze nog niet.

(3) Wat uitermate storend is aan het opiniestuk in kwestie, is het manifeste gebrek aan respect voor de rechtsstaat dat ervan uitgaat.

“Rechters houden die ontwikkeling niet tegen. Integendeel: zij zijn doorgaans van oordeel dat een hoofddoekverbod in scholen geen (in)directe discriminatie of inbreuk op de godsdienstvrijheid betekent.”

M.a.w.: “Rechters? Pfff…, wie trekt zich daar nu iets van aan?”

“Goed nieuws dus dat ons grondwettelijk hof de zaak nader zal bekijken. (…)Laat de Belgische overheid en de rechtspraak, in het bijzonder het Arbitragehof, daarover eindelijk eens duidelijk zijn.”

M.a.w.: als de juristen van het het Arbitragehof denken als deze schrijvers, zijn ze democraten, als ze anders denken, dan zijn ze prutsers. En eigenlijk hoeft het Arbitragehof niets meer te oordelen, want de schrijvers “hebben al een arrest klaar”.

De schrijvers geven dan ook met hun artikel expressie aan een theocratische, antidemocratische ingesteldheid, aan een diversiteits-absolutisme: er is niets mis met diversiteit, maar wel als ze verabsoluteerd wordt.

De democratische rechtsstaat is de ontkenning van theocratie en van absolutisme, ook als het om diversiteit gaat. De schrijvers hebben dit nog niet begrepen.

(4) Wie zijn dan die schrijvers? VUB-academici, zelfs “mensenrechtenspecialisten”, die daardoor bewijzen hoe erg en droevig gesteld is met het niveau van onze universiteiten en met het denken over mensenrechten.

Mensenrechten dienen niet om misbruikt te worden om wantoestanden te legitimeren, en dat laatste is tenslotte wat de schrijvers in hun opiniestuk doen: de mensenrechten misbruiken om religieus fundamentalisme te verdedigen.

De problematiek krijgt ook extra-aandacht nu het over keppeltjes gaat, en niet alleen meer over hoofddoeken. De Joodse gemeenschap blijkt inderdaad over iets te beschikken waarover de islamitische gemeenschap in België niet beschikt: connecties “op hoog niveau”.

We mogen dan ook verwachten dat “de hoofddoek” in de “keppeltjes” hun vurigste advocaten zullen vinden.

Lees ook:

Hijab-tumult

Godsdienstvrijheid

Hijab, halal, e.a-perikelen