Hoe gaan ngo's om met mislukkingen ?
Hoe gaan ngo's om met mislukkingen ?
thierry debels03 mei 2008 – 16:51
De Nederlandse stichting Pequeno werd in 1997 opgericht. Oorspronkelijk zamelde de stichting geld in om naar eigen zeggen ‘de onafhankelijkheid van (kans)arme bevolkingsgroepen te bevorderen door het verbeteren van de werk- en leefomstandigheden van tot die bevolkingsgroepen behorende personen.’
thierry debels is auteur van 'Hoe goed is het goede doel?'
In 2005 vulde de directie en het bestuur van de bestuur deze doelstelling aan met een totaal ander doel: ‘het verrichten van onderzoek naar de wijze waarop financiële middelen van het algemeen nut beogende instellingen, geworven en besteed worden.’ Meer bepaald probeert Pequeno dit doel te bereiken door ‘het verrichten van onderzoek naar de werking van goede doelen en het verspreiden van informatie die de stichting door haar werkzaamheden verzameld heeft.’
Op zich is dat vreemd. Charitatieve stichtingen worden uiteindelijk opgericht om zoveel mogelijk effect ter plaatse te bereiken. Door het verrichten van onderzoek kanaliseer je een deel van de ontvangen middelen naar een activiteit die uiteindelijk en in eerste instantie weinig of niets verandert aan ‘de leefomstandigheden’ van die personen ter plaatse.
Deze opvallende statutenwijziging kwam er omdat de stichting geconfronteerd werd met een ‘aantal serieuze negatieve ervaringen’. Blijkbaar waren die ervaringen zo traumatisch voor het bestuur van de stichting dat deze het nodig en wenselijk achtte om de doelstellingen dus aan te passen.
De katalysator was ongetwijfeld de slechte ervaring met de medefinanciering van een opvangtehuis voor jongens in de Braziliaanse deelstaat Rio de Janeiro. Een project met de klinkende naam Sítio de Arcozelo.
Sítio de Arcozelo
Nauwelijks een jaar na de oprichting, was Pequeno dus in 1998 betrokken bij de medefinanciering van een opvangtehuis voor 30 jongens in het plaatsje Paty do Alferes in Brazilië. Samen met drie andere Nederlandse fondsenwervende stichtingen – Sint-Martinus, Wilde Ganzen en Holanda/Brasil – werd een flinke som geld ter beschikking gesteld voor de aankoop en de verbouwing van een opvangtehuis voor deze jongens.
Het is in dergelijke dossiers gebruikelijk dat stichtingen samenwerken met een plaatstelijke vereniging. In dit geval ging het om de Associação de Assistência à Criança São Vicente de Paulo (ASVP). Het project liep volgens Pequeno evenwel vanaf het begin niet volgens de gemaakte afspraken.
Zo vroeg ASVP verscheidene keren om een aanzienlijke verhoging van de middelen zonder evenwel een bevredigende verklaring te geven. De informatie vanuit Brazilië en ASVP schiet bovendien systematisch en schromelijk tekort. Op een bepaald ogenblik blijkt bijvoorbeeld dat de architect een betaling kreeg ter grootte van nagenoeg de volledige gezamenlijke bijdrage van de 4 Nederlandse stichtingen!
Zonder medeweten van deze vier stichtingen, vraagt ASVP aan andere donor-organisaties subsidies aan voor hetzelfde project. Het ontvangen bedrag zou volgens Pequeno bijna even groot zijn als de oorspronkelijk ontvangen som. De vaststelling dat plaatselijke stichtingen voor hetzelfde project geld ronselen bij verschillende buitenlandse stichtingen is volgens insiders trouwens een van de vele achillespezen van de charitatieve sector.
Zelfs indien – in het allerbeste geval – alle stichtingen uitgebreid overleg plegen met elkaar, valt dergelijke fraude bovendien niet helemaal uit te sluiten. Het is immers gewoon niet werkbaar dat alle stichtingen wereldwijd alle informatie met elkaar zouden uitwisselen.
Pequeno schrijft midden 2002 een verslag over deze mistoestanden bij de bouw van het tehuis in Paty do Alferes. Alle Nederlandse stichtingen behalve Pequeno willen het project op dat moment afsluiten. De situatie ter plaatse is rampzalig: de nieuwe aanbouw is niet voltooid en de geplande sanitaire voorzieningen in het hoofdgebouw ontbreken volledig. Bovendien is het hoofdgebouw op de koop toe volledig verwaarloosd.
Volgens Pequeno willen de drie andere stichtingen het project afsluiten omwille van ‘scoringsdrift’. Ze hebben er dus belang bij om de problemen bij het project en de onethische houding van ASVP onder de mat te vegen. Volgens Pequeno is het bovendien opvallend dat de drie andere Nederlandse stichtingen ‘in nieuwsbrieven, website of anderszins nooit hebben laten weten dat er problemen zijn met het opvangtehuis’.
Kartelvorming
Dat er problemen of mistoestanden zijn bij de cofinanciering van buitenlandse projecten, valt spijtig genoeg niet uit te sluiten. Een studie geeft aan dat een derde van alle hulpprojecten in ontwikkelingslanden (intern) volledig wordt afgeschreven en als compleet mislukt wordt beschouwd. Slechts een ander derde deel wordt door de instellingen als geslaagd beschouwd.
In de sector van het risicokapitaal (venture capital) zijn dit in ieder geval cijfers die geen verbazing oproepen. Venture capitalists steken geld in zeer risicovolle projecten of ondernemingen en weten op voorhand dat een aantal projecten onvermijdelijk zullen mislukken. Een ander deel van de projecten zal een return opleveren die op zijn best middelmatig is en tot slot is er een klein percentage projecten dat een zeer hoog rendement zal opleveren. Risicokapitaalverschaffers verdienen (veel) geld door deze laatste succesvolle projecten.
En in ook het bedrijfsleven is mislukking eigenlijk heel gewoon. Professor Paul Nutt onderzocht 376 echte beslissingen in het bedrijfsleven en vond dat maar liefst een op drie beslissingen ‘initiële mislukkingen’ waren. Dat cijfer stijgt zelfs naar een op twee als je ook de deels mislukte beslissingen meerekent en de beslissingen die nadien toch ongedaan werden gemaakt.
Op zich is de vaststelling dat een deel van de buitenlandse projecten in de charitatieve sector dus mislukt, niet eens zo alarmerend. Wat wel schrikwekkend is, is de houding van de stichtingen op dat vlak. Dat is ook de mening van de bestuurders van Pequeno. Deze stichting heeft uit deze negatieve ervaring naar eigen zeggen lessen getrokken en wil een kartelvorming voorkomen van donors tegen kritische collega-donors.
Essentieel in dat verband is dat over ‘tegenvallers’ in redelijkheid moet worden gecommuniceerd. Het uitwisselen van informatie tussen collega-donors in geval van calamiteiten is dus essentieel. Desastreuze projecten – vroegtijdig – afsluiten om de buitenwereld niet ongerust te maken is dus echt geen optie.
Dat deze uitwisseling tussen collega-donors niet evident is, blijkt uit het jaarverslag 2005 van Pequeno. Het was immers de bedoeling de website te gebruiken als instrument om de vooruitgang – ook negatief – rond projecten en onderzoeken te publiceren. ‘Door diverse ontwikkelingen in Pequeno’s activieiten bleek het uiteindelijk niet verstandig om te gevoelige informatie over collega-organisaties zomaar op de website te plaatsen’.
De weg is duidelijk nog heel erg lang.
Nieuwslijnmeer
- Indymedia.be is niet meer
- Foto Actie holebi's - Mechelen, 27 februari
- Lawaaidemo aan De Refuge te Brugge
- Recht op Gezondheid voor Mensen in Armoede
- Carrefour: ‘Vechten voor onze job en geen dop!’
- Afscheid van Indymedia.be in de Vooruit in Gent en lancering nieuw medium: het wordt.. DeWereldMorgen.be
- Reeks kraakpanden in Ledeberg met groot machtsvertoon ontruimd
- Forum 2020 en de mobiliteitsknoop
- Vlaamse regering kan niet om voorstel Forum 2020 heen (fietsen)
- Fotoreportage Ster - Studenten tegen racisme
















