Indymedia.be is niet meer.

De ploeg van Indymedia.be is verhuisd naar DeWereldMorgen.be waar we samen met anderen aan een nieuwswebsite werken. De komende weken en maanden bouwen we Indymedia.be om tot een archief van 10 jaar werk van honderden vrijwilligers.

Conform Mer afbakening regionaalstedelijk gebied, waarheen met clubs & bossen B ?

Conform Mer afbakening regionaalstedelijk gebied, waarheen met clubs & bossen B ?

De definitieve conclusies van een conform Mer afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge zijn on line. Hierna een samenvatting

http://www.mervlaanderen.be/uploads/merntech816.pdf ( blz 20 gaat over Lappersfortbos omgeving Ten Briele )
http://www.mervlaanderen.be/uploads/merricht816.pdf
http://www.mervlaanderen.be/uploads/merkennis816.pdf
http://www.mervlaanderen.be/uploads/mergk816.pdf

2.4 Conclusie

De milieueffecten door de aanwezigheid van de infrastructuur in combinatie met de aanwezigheid van verstoringsgevoelige receptoren zijn sterk bepalend bij de afweging van locatiealternatieven.

Daarnaast moet rekening worden gehouden met het principe van duurzaam ruimtegebruik.

Gezien de huidige invulling van de site Jan Breydel is op basis van milieueffecten en duurzaam ruimtegebruik een herinrichting van deze site geschikt vanuit milieuoogpunt mits een afdoend mobiliteitsconcept kan worden uitgewerkt, maw een mobiliteitsconcept dat de leefbaarheid van de omgeving garandeert. De haalbaarheidsstudie onder leiding van de Vlaamse Bouwmeester betreffende de herstructurering van het Jan Breydelstadion en het advies uitgebracht door stedelijke ambtelijke adviesgroep geven hiertoe een eerste aanzet. Dit concept vormt in principe een verbetering ten opzichte van de huidige toestand, maar vangt hoogstwaarschijnlijk de sterke capaciteitsverhoging niet op. Qua flankerend programma is een ‘zacht’ programma – namelijk met laag verstorend / verkeersgenererend karakter – aangewezen.

De milieueffecten ter hoogte van de Spie en de Blankenbergsesteenweg West blijven door de aanwezigheid van infrastructuur beperkt. Rekening houdend met de huidige verstoring in het gebied en de afwezigheid van gevoelige receptoren in de nabije omgeving, worden voor De Spie ook de effecten tijdens de gebruiksfase als beperkt beoordeeld. Voor Blankenbergsesteenweg West worden de effecten tijdens de gebruiksfase ook als beperkt beoordeeld wanneer voor een noordelijke ligging van het stadion wordt gekozen en de nodige buffermaatregelen worden genomen ten aanzien van de nabije woningen. Een belangrijke randvoorwaarde betreft hier de ontsluiting van de site. Deze moet worden afgestemd met geplande ontwikkelingen thv het gebied (realisatie AX ea). Op de ruimtelijke impact van deze hebben we op vandaag geen zicht. Ten aanzien van het flankerend programma kan synergie gevonden worden met

bedrijvigheid/kantoren, bvb inzake parkeerterrein. Indien rekening gehouden wordt met een aantal randvoorwaarden dan zijn deze beide locaties geschikt vanuit milieuoogpunt. Voor deze sites geldt ook dat de ruimte aanwezig is om tot een volwaardige voetbalsite te komen (met jeugd- en oefenvelden, ook voor 2 clubs), naast de combinatie met bedrijvigheid zoals ook voorzien op de sites.

De locaties Chartreuse en Oostkampse baan houden beiden door hun ligging in de groene gordel een afname, versnippering en verstoring van deze groene gordel in. Hierdoor veroorzaken ze sowieso meer negatieve milieueffecten dan de locaties De Spie en Blankenbergsesteenweg West. De milieueffecten zouden afdoende gemilderd kunnen worden indien er voldaan wordt aan een aantal zeer restrictieve randvoorwaarden. Deze situeren zich op het vlak van beperken van verstoring, vermijden van cumulatieve effecten met andere ontwikkelingen in de groene gordel en duurzaam ruimtegebruik. De realiseerbaarheid van deze randvoorwaarden moet afgetoetst worden door middel van verder onderzoek. Zeer belangrijk zijn de cumulatieve effecten met overige ontwikkelingen. In elk van beide locaties kunnen de milderende maatregelen mogelijks (gelet op de leemte in kennis over de effectiviteit van de milderende en compenserende maatregelen ten aanzien van de vleermuizenkolonie) ‘afzonderlijk’ doeltreffend zijn indien er aansluitend geen overige belangrijke stedelijke ontwikkelingen in de groene gordel worden voorzien. Maar hier kunnen we geen definitieve uitspraak over maken gelet op de leemten in kennis.

De site Chartreuse biedt hierbij de beste kansen omdat meerdere aspecten hier in combinatie kunnen ingezet worden op een beperkte ruimte-inname en strakke bundeling, mits multifunctionele aanwending (kantorencomplex) en dit door: de betere aansluiting bij het stedelijk gebied, multifunctioneel ruimtegebruik van een stadion en reeds vooropgesteld complex van kantoren en kantoorachtigen, open inrichting van oefenvelden en strakke bundeling op de E40. De negatieve effecten worden enigszins gemilderd wanneer het programma zich beperkt tot louter een voetbalstadion en dit strak gelokaliseerd wordt tegen de E40 aan. Los van de hierboven beschreven conclusie kan wel gesteld worden dat een dubbel gebruik van het stadion (Club Brugge en Cercle Brugge) mogelijk is. De maatregelen voor de realisatie en het gebruik door één club gelden ook voor twee clubs. De significantie negatieve effecten nemen toe en de doeltreffendheid van de milderende maatregelen neemt af naarmate op deze locaties een flankerende programma wordt gekoppeld. In de effectbespreking en de bespreking van de milderende maatregelen is gebleken dat een flankerend programma een dermate irreversibele ruimteinname betekent dat de meest doeltreffende milderende maatregelen een vrij absolute beperking van deze realisatie zouden inhouden of

een zeer strak meervoudig gebruik van het stadion (kantoren en winkelcentrum in het zelfde gebouw).

Combinatie met jeugd- en oefenvelden is waarschijnlijk wel toepasbaar met louter een voetbalstadion programma (mits zelfde voorwaardelijkheid en strikte toepassing van voorkomende en milderende en compenserende maatregelen in beschouwing wordt genomen), mits een ruimtelijke organisatie die de openheid van het gebied bewaakt in functie van de ruimtelijke en ecologische relaties. Maar hier kunnen we geen definitieve uitspraak over maken gelet op de leemten in kennis.

Om de verkeersafwikkeling ter hoogte van het voetbalstadion vlot te laten verlopen zijn er onafhankelijk van de gekozen locatie, grondige aanpassingen nodig aan de respectievelijke knooppunten van het wegennet.

De ligging van een voetbalstadion in het noorden van de stad of op Jan Breydel zal inderdaad meer voertuigkilometers veroorzaken dan een ligging in het zuiden van de stad. De afgeleide effecten emissies (NOx en fijn stof) zijn evenwel verwaarloosbaar tov de algehele effecten, tgv de grote omvang extra bezoekers en voorzien van een stadion met 40.000 toeschouwers.

2.5 Watertoets

De disciplines grondwater en oppervlaktewater leveren de nodige elementen aan voor de watertoets, waarbij in de disciplines duidelijk wordt aangegeven welke de benodigde milderende maatregelen - aanvullend op deze voorzien binnen het geldende wettelijke kader (oa gewestelijke stedenbouwkundige verordening) – zijn. De belangrijkste conclusies hierbij zijn:

• Bij herinrichting van de site Jan Breydel de infiltratiemogelijkheden kunnen geoptimaliseerd worden;

• De locaties De Spie en Blankenbergsesteenweg West een gelijkaardige impact hebben, waarbij de nodige milderende maatregelen inzake buffering en vertraagde afvoer dienen getroffen te worden.

• De locaties Chartreuse en Oostkampse baan komen te liggen in een gebied met een belangrijke overstromingsproblematiek. Door de bijkomende verharding, leidt de realisatie tot zeer significant negatieve effecten. Wanneer voldoende maatregelen worden genomen om het afstromend water van de bijkomende verharding op te vangen en te bufferen binnen het gebied vooraleer het vertraagd wordt afgevoerd en de inname aan komberging volledig wordt gecompenseerd binnen het gebied, worden de effecten deels gemilderd. Wanneer voor of gelijktijdig met de realisatie ook de bestaande overstromingsproblematiek wordt aangepakt, wordt de negatieve impact bijkomend gemilderd. De inrichting van een voetbalstadion op deze locaties betekent – gezien de ligging in een van nature overstromingsgevoelig gebied - hoe dan ook een aantasting van de draagkracht van het watersysteem.