Indymedia.be is niet meer.

De ploeg van Indymedia.be is verhuisd naar DeWereldMorgen.be waar we samen met anderen aan een nieuwswebsite werken. De komende weken en maanden bouwen we Indymedia.be om tot een archief van 10 jaar werk van honderden vrijwilligers.

Cuba Si, Cuba la, maar wat als Fidel sterft?

Cuba Si, Cuba la, maar wat als Fidel sterft?

Ook in linkse en/of progressieve tijdschriften lees je kritische artikels over het Cuba van Fidel Castro. Natuurlijk is het van belang om altijd kritisch te zijn. Maar het is soms onduidelijk waar de kritiek op het regime in Cuba vandaan komt en waar die naartoe moet. Als Fidel sterft –en aangezien hij ernstig ziek is, is dat meer dan alleen maar speculatie- is de Cubaanse Revolutie over, menen heel wat analisten; ‘want dictaturen sneuvelen samen met hun dictator’… Nou moe?! Sommigen nemen graag hun wensen voor werkelijkheid. Maar is alle kritiek op Fidel even ridicuul? We vroegen het aan Michel Vanhoorne die de laatste tien jaar vaak in Cuba was voor beroepsredenen.

Michel (MVH) heeft het niet helemaal begrepen op kritiek van zichzelf progressief-noemende journalisten die een artikel menen te moeten publiceren op basis van hun beperkte ervaring die ze opdeden tijdens een eenmalig en kort bezoekje aan het Caribische eiland. Vanuit de VS en vooral vanuit de anti-fidellobby aldaar, worden veel onwaarheden de wereld in gestuurd. Velen denken dat er geen rook is zonder vuur en daar houdt dan hun kritische houding mee op.

Fidel is een alleenheerser, zelfs een dictator en als hij sterft, sterft met hem de ‘Cubaanse revolutie’. Deze uitspraak is gemeengoed voor velen. Wat is er van aan?

MVH: Mijn stelling is dat als Fidel sterft, er niet veel zal veranderen in Cuba. Want Fidel is helemaal geen dictator en zelfs geen alleenheerser. Hij is eerder de spreekbuis van een hele groep van mensen. In onze media wordt Cuba gelijkgesteld met Fidel. Als je de Cubaanse media volgt, dan zie je daar een heleboel (ook veel jonge) politici die veel te zeggen hebben en veel respect genieten.
Cuba kent volgens mij geen dictatuur, maar een unieke vorm van democratie. Om dat te begrijpen moet je eens kijken naar het kiessysteem van Cuba; dat is nogal uniek. Fidel wordt om de 5 jaar herkozen, en dat op verschillende niveaus. Eerst moet ie verkozen worden op het basisniveau in Santiago di Cuba, vervolgens op het provinciaal niveau en uiteindelijk in het Nationaal Parlement. Daar wordt dan de Staatsraad verkozen en die stelt de Ministerraad aan. Niemand, dus ook Fidel niet, stelt zich kandidaat en er is geen kiespropaganda. De kandidaten zijn absoluut niet voorgedragen door een (of dé) partij. Het is belangrijk om te snappen dat er geen partijen deelnemen aan de verkiezingen. Men vertegenwoordigt geen partij, maar een kieskring.
Overigens is de machtovername niet gebeurd door een partij, de partij-vorming dateert van later.
In onze media noemt men Cuba een één-partijstaat, maar institutioneel zou ik eerder van een ‘geen-partijstaat’ spreken.

Heeft de CP (Communistische Partij) dan geen impact?

MHV: Ja, integendeel, maar dat komt omdat hun mensen overal actief zijn en daarom verkozen worden. In de Nationale Assemblee zitten er overigens niet alleen maar CP-ers. En organisaties als de vrouwenorganisaties en de vakbond duiden ook een aantal zetels aan. Verder moet je ook weten dat de verkozenen geen loon krijgen (wel als ze een uitvoerend mandaat hebben). En ze zijn steeds tussentijds afzetbaar. Elke zes maanden moeten ze verantwoording afleggen t.o.v. hun basis (op volksvergaderingen op straat) en steeds kan men om een stemming vragen.

Werkt het?

MVH: Het werkt tot tevredenheid van de mensen. Natuurlijk zijn er geregeld klachten over zaken die niet gerealiseerd werden (vb. speelplein in de wijk). Ik heb zelf twee keer zo’n vergadering meegemaakt en ik kan u verzekeren dat de Cubanen niet op hun mond gevallen zijn, maar er wordt wel respectvol gediscussieerd. Het idee dat het een top-downsysteem zou zijn is pertinent onwaar.

Maar wil dat zeggen dat de revolutie onomkeerbaar is?

MVH: Neen, en de leiding van het land beseft dit maar al te goed. In een belangrijke toespraak in november ll. heeft Fidel uitgebreid gehad over de bedreiging die van binnen kan groeien door individualisering, zucht naar consumptie en door corruptie. Als de mensen hun overtuiging verliezen, dan is de revolutie zeker niet veilig. Tegen de corruptie en de ontvreemding van staatseigendommen wordt nu met typische Cubaanse creativiteit opgetreden. Een voorbeeld: verleden jaar kregen de chauffeurs van tankwagens en pompbedienden allemaal gelijktijdig een aantal weken extra betaald verlof en werden ze tijdelijk vervangen door studenten. Op het einde van die periode kon exact vastgesteld worden hoeveel benzine er achterover gedrukt werd (en op de zwarte markt werd verkocht). In deze campagne en in vele andere van de laatste jaren (vb. de massale renovatie van schoolgebouwen in één zomervakantie, de reeds vermelde vervanging van oude elektrische toestellen enz.) komt een ander aspect van het beleid naar voor: de jeugd krijgt de verantwoordelijkheid voor de goede afloop en doet er massaal en enthousiast aan mee. De jonge communisten waarmee ik gesproken heb, nemen enthousiast de fakkel over van hun grootouders die in Sierra Maestra en de Varkensbaai gevochten hebben.
Volgens mij maken de tegenstanders van het Cubaanse regime, zich illusies als ze denken dat Fidels dood zal dat tij voor hen zal doen keren.

Interview afgenomen door Jaak Perquy
Ook over persvrijheid op Cuba en over de economische houdbaarheid van het model op www.lef-online.be