Esoterie
Esoterie
Jaap den Haan01 februari 2008 – 22:38
Oorlog aan de terreur
De Avonden
De Nederlandse hoodstad Amsterdam heeft nu dan eindelijk een nieuwe centrale openbare bibliotheek, maar de helft van de oorspronkelijke boeken is verdwenen, en ook de werknemers. Ik ging dan recentelijk toch maar eens kijken. Er staan veel computers, leuk, maar toch: veel tijdschriften en boeken, vooral in de esoterie, zijn verdwenen. Er is nog wel wat new age en er is een afdeling gezondheid, gebaseerd op de idee dat wie niet rookt automatisch geen kanker krijgt. Dat is natuurlijk onzin, maar veel artsen zijn socialist, of tenminste PvdA. Dat is pure clientèle.
Het hele gebouw, wat er prachtig uitziet en me direct gevoelens van heimwee gaf naar de zomer, om daar dan op de stoep een sigaret te kunnen roken in de zon, ademt een sfeer en een lucht van PvdA, ik weet bij God niet waarom. Gerard Reve en Herman Brood voeren de boventoon. Er zitten veel allochtone studenten te studeren (zonder nu politiek incorrect te willen zijn), wat wel een sympathiek gevoel is. Maar anders dan studieruimte is het nog niet in vorm. Het lijkt op een schip dat nog niet de haven uit is, en maar half geladen is. Ook doemen er gevoelens van calvinisme bij me op, vanwege de zuinige invulling van de boekenkasten. Wel zit er iemand piano te spelen.
Ik begrijp dat men de digitale poot wat meer wil bevorderen, maar een boek heeft toch altijd een meerwaarde, een persoonlijke waarde, die steeds meer mensen toch al kwijt zijn. Is dan deze bibliotheek net zoals de metro en de Bijlmer en het gemeentehuis weer met ingebouwde defecten of ruimtegebrek opgeleverd? En zal ze straks uiteenvallen in allerlei deelraden? Ik vind trouwens dat het oude hoofdpostkantoor, dat vlak bij de spoorlijn stond uit milieuoverwegingen, of liever de hoogbouw die ervan is overgebleven, voortreffelijk aansluiten bij de architectuur van de nieuwe bibliotheek; echt jammer dat die weg moet.
Met de sloop van de laagbouw is begonnen in de week van de eerste aanvallen op Baghdad, in de 'oorlog aan de terreur'. Ik vond dat symbolisch. De binnenkant van het tijdelijk ondergebrachte stedelijk museum in het overgebleven stuk hoogbouw vind ik vreselijk. Ik had hier een gesprek met de manager, die wordt geloof ik directeur genoemd, en ik bekende hem dat ik het postkantoor meer artistieke uitstraling vond hebben.
Dit gebouw was op de eeuwigheid gebouwd, van een mooi soort steen, met een interieur uit de DDR sfeer. Ik dacht eerst dat het daarom weg moest, net zoals Saddam. Maar ik zie nu dat de bibliotheek door Europa gesubsidieerd de zelfde trekken heeft, dus daar kan het niet aan liggen. Maar zouden er daarom alleen nog maar maatschappelijk verantwoorde boeken en tijdschriften zonder inhoud in de kast mogen staan? Ik krijg net als bij De Avonden van Gerard Reve weer zo'n gevoel van gevoelsarmoede in dit kleine land Nederland dat altijd ruimtegebrek heeft en waar altijd weer teveel mensen zijn.
De constatering hiervan bestaat nog steeds, het probleem wordt erin bevestigd en verergerd; een oplossing is er ook nog steeds niet, ook niet in de omvang van deze bibliotheek, met alle respect. Het is geen mislukking, maar ze was zo hard nodig dat ik bang ben dat men er daarom nog wat zuinig mee omgaat.
Normaliter schept die gevoelsarmoede het vermogen tot dierenliefde. Mensen die een liefdeloze opvoeding of jeugd hebben gehad, nemen altijd een hond of kat of kanarie. Vrouwen uit die categorie nemen een allochtoon. Inderdaad veel ontwikkelde mensen, waaronder veel verkrachte vrouwen die zich hiervoor schamen, hebben iets met zogenaamde minderheden, vooral de donkere. Die weten de meeste liefde op te nemen en geven geen commentaar. Zij die dit zelf zijn, nemen gewoon zoveel mogelijk kinderen om de eenzaamheid te verdrijven: de massa.
Wie zijn studie nu heeft afgerond, demonstreert voor hen.
Ik zat hier achter een computer, en keek vanuit de westvleugel uit over het Centraal Station en een ondergaande zon. Dat was een prachtig gezicht, maar een zwarte man die Arabisch las en daar net tussen zat, zei gelijk dat ik niet naar hem moest kijken óf ergens anders moest gaan zitten. Ik zei: " Ik houd van de natuur. " Hij dacht natuurlijk gelijk dat ik net als iedere Hollander een homo ben. Maar ik kom uit Zeeland. Omdat ik net even niet niet aan het demonstreren was, zag ik er ook nog eens uit als een racist.
Onlangs heb ik trouwens nog een ander typisch 'Nederlandisme' meegemaakt: de huidige interpretatie van het begrip privacy. Daarmee is het volgens een Brits onderzoek slecht gesteld in Nederland. Ik moest op het Amsterdamse stadhuis een adres opvragen van iemand die ik uit het oog verloren ben, en voor wie ik belangrijke levensreddende informatie had. De nieuwe privacywet echter maakt het onmogelijk om nog zomaar het adres van iemand op te vragen op het stadhuis. Je kunt misschien nog via allerlei administratieve rompslomp je eigen privacy volstrekt opgeven om elders bij een archief zoiets te betrachten. Maar dat is voor mij werkelijk teveel aantasting van mijn eigen privacy, vooral omdat ik een gratis dienst verleen. Nederlanders maken voortdurend dezelfde fout omdat niemand in zijn boerenlompheid begrijpt wat privé is en wat publiek: publiek is een hoer; privacy gaat niet verder dan het condoom. Diepzinniger is de Nederlander niet, en hij zal daarom altijd het paard achter de wagen spannen, en ongevraagd achter in uw kont klimmen terwijl hij anonimiteit eist - ook en vooral van u natuurlijk. Hij zal u hierbij met twee woorden aanspreken, dat is respect.
Aanvankelijk draaide privacy louter om de gleuf van de brievenbus waarop in Nederland massaal en preuts 'nee' te lezen valt. Verder dan dat is het bewustzijn van mens en milieu echter nooit gekomen.
Het eerste dodelijke slachtoffer van de privacywet is dus gevallen, wat mij betreft. Het spijt me.
Binnen de afdeling gezondheid wordt er in de bibliotheek veel aandacht besteed aan aids, zag ik. Dat is maatschappelijk verantwoord en heeft ook met privacy te maken. Stelt u zich voor dat net zoals bij de inductie van kanker naar roken achter het rookverbod, de inductie gemaakt wordt van aids naar seks, en dat laatste verboden wordt?! Er mág nu alleen nog geneukt worden!
Daarom is het zo hard nodig dat er weer eens wat esoterie in de bibliotheek komt; ergens anders bestaat er geen werkelijke privacy. Tegelijkertijd schept dit soort privacy een gevoel voor verhoudingen. Dat de meeste mensen niet weten waar ik het over heb, is duidelijk.
Nieuwslijnmeer
- Indymedia.be is niet meer
- Foto Actie holebi's - Mechelen, 27 februari
- Lawaaidemo aan De Refuge te Brugge
- Recht op Gezondheid voor Mensen in Armoede
- Carrefour: ‘Vechten voor onze job en geen dop!’
- Afscheid van Indymedia.be in de Vooruit in Gent en lancering nieuw medium: het wordt.. DeWereldMorgen.be
- Reeks kraakpanden in Ledeberg met groot machtsvertoon ontruimd
- Forum 2020 en de mobiliteitsknoop
- Vlaamse regering kan niet om voorstel Forum 2020 heen (fietsen)
- Fotoreportage Ster - Studenten tegen racisme

















De Avonden
Jaap den Haan, 02/02/2008 – 13:56
Maatschappelijke vraagstukken
Ik heb even pauze genomen. Er gebeuren alleen belangrijke dingen als ik weg ben. Nog maar pas had ik een drukke maar leuke dag, en ging s'avonds naar het café, maar kreeg ik een zelfingenomen ouwehoer over me heen, gezellig samen zitten sterven met me. Daar moet ik dan dankbaar voor zijn. Hij wilde me vijf keer een hand geven en even zo vaak afscheid nemen; uiteindelijk deed hij dat laatste dan echt, alsof hij me alleen op de Noordpool overliet aan een gewisse dood, en ging naar de plee. Ik ging na hem. Hij ging bij zijn soortgenoten aan de bar zitten.
Over wildplassen gesproken.
Toen ik terugkwam, zei ik: "Je pist naast de pot. En als ik na je kom, zal ik daar voor op moeten draaien. Zo gaat dat. En dit was ook de kern van ons gesprek."
Als ik niet zoiets gezegd had, was ik er waarschijnlijk uit gegooid, omdat ik hem al teveel had tegengesproken, terwijl hij me een jaar eerder op een glas bier had getrakteerd, wat ik vergeten was, hem ook trouwens. Hij maakte daar een punt van.
En om die reden komt die figuur dan naar me toe, begint te me uit te vragen wat ik in het café zoek enzovoort, omdat ik niet veel zeg en in een 'hoekje' zit, en wat voor werk ik doe, en besluit dan - hij was aanvankelijk nog wel oké: "Ik dacht wel dat je geen werker bent", terwijl hij me een telefoon in mijn handen duwt om zijn vrouw gedag te zeggen, die drama schrijft voor de televisie, en net even belt.
Ze had misschien even geen inspiratie.
"Hoi, hoi."
Hij heette Arie, maar ik kwam daar te laat achter. Ik was verplicht dankbaar te glimlachen en complimenten uit te delen omdat ik ook nu al weer een glas bier van hem had gekregen, echter bijna met het paternalisme van de homofiele pater, zo bleek. Het stond er al voor ik in de gaten had dat ik er in gestonken was. Ja, op een gegeven moment wilde hij natuurlijk ook mijn mening horen over homo's, en of ik er misschien een zou kunnen zijn; zonder homo bestaat er geen gesprek in een café.
Zo gaat dat bij de respectabele burger. In veel opzichten ben ik het met je eens, maar in één toch niet, dat je me eens zei dat ik me niet kwaad moet maken. Zonder dat slaapt iedereen in.
Ietwat later kwam er nog een secondant naar me toe die me een half uur lang met steelse blik probeerde met 'u' aan te spreken, terwijl ik inmiddels met iemand anders in gesprek was. Daarna viel hij in slaap naast me in zijn stoel.
Hij heeft daar een uur in zijn stoel liggen snurken met zijn hangbuik en grijsgele hangsnor snor van het bier. Als ik niet in had gezien hoe dom hij was, had ik medelijden met hem gehad, zo aandoenlijk was het.
Doordat de barkeeper plotseling zijn handen vol kreeg aan allerlei van dit soort gasten waar het café mee vol liep, steeg ik nu van het niveau van de paria tot dat van de laatste strohalm, als ik dat al niet was. Alleen kwam dat bij de eerste bestelling nog niet zo uit, me als zodanig te respecteren. Hierdoor kon ik, ondanks alles, toch mijn mening over enkele maatschappelijke vraagstukken naar voren brengen.
Ze hadden me bijna meegetrokken in de afgrond. Dus het was acrobatiek.
Er is heel veel woede nodig, zoveel dat je er zuinig mee om moet gaan, dat wel.
Het sfeerbeeld moet duidelijk worden voor het publiek.
Symptoom
Jaap den Haan, 02/02/2008 – 22:34
De contraproductieve behoefte aan privacy en hygiëne in Nederland gaat inderdaad zo ver in een algehele maatschappelijke 'verwijving' die telkens weer afdwaalt naar de vorm van en niet de vraag óf, dat men zich niet eens meer bezig lijkt te willen of kunnen houden met levende mensen van vlees en bloed tussen de dagelijkse schijnverplichtingen door.
De burger is al zodanig gemechaniseerd, en gedepersonaliseerd, dat hij een of ander persoonsbewijs als een oprechte voldoening dan wel compensatie van - of identiek aan - zijn identiteit ervaart, die hij in feite juist - door die neurose, want daar is deze op gebaseerd - aan het kwijtraken is of al kwijt is.
Dit mag maar zeer ten dele een keuze zijn, want het is een geleidelijk en voor de draagster of drager onzichtbaar verval; het is nu al zover dat de neurotica of neuroticus haar of zijn neurose als norm en verplichting doet gelden voor heel het land (of nog liever de hele wereld), zonder dat zij of hij, of wie ook, dat inziet of wil zien, zo gezellig is het! (De neurose lijkt hier inderdaad in eerste instantie van vrouwelijke aard te zijn.)
Als alle uitzonderingen zijn uitgeschakeld, zult u zien dat de regel waar de neuroot zo aan verslaafd is, niet langer bevestigd, zonder dat houvast in de totale chaos en anarchie van een levensgevaarlijke psychose omslaat voor de patiënt. De oorlog aan de terreur met zijn waanzinnige perikelen is hiervan slechts een symptoom.
De staatscontrole in Nederland is enorm
Jaap den Haan, 03/02/2008 – 16:23
Eén koffie graag
Ik zat weer eens op de bibliotheek. Ik nam een koffie, en de pinautomaat deed het niet van de week. Moest ik contant betalen, maar had ik niet. Ik kreeg de koffie cadeau. Wat later toen de pinautomaat volgens de bedienden gerepareerd was, en ik nog een koffie nam deed hij het toch weer niet en haalden ze de portiers erbij omdat ik verondersteld bewust de zaak in de maling nam met mijn pinkaart. Ik kreeg demonstratief de tweede kop koffie niet mee, noch cadeau noch op afbetaling. Ik vond dit op zich oké, los van de psychische luchtvervuiling. Ik ben de hele stad in gelopen om te pinnen en de eerste toch te betalen. De hele bibliotheek hield me al in de gaten.
Een andere keer zit ik daar te schrijven aan een lang verhaal, en word ik gesommeerd door een mannetjesputter dat ik geen koffie naast me mag hebben op tafel, beneden in de hal. Ik schrik me dood vanweg zijn penetrante fanatisme. Toen ik een week daarvoor ergens boven zat met een drankje had dezelfde man gezegd dat je alleen in de hal alleen beneden iets mag drinken. Maar ik moest nu acuut opstaan en weglopen in het midden van een stuk: pure intimidatie.
De laatste keer dat ik hier was toen ik een koffie wilde bestellen beneden in de catering had ik er al speciaal voor gezorgd dat ik geld op zak had, maar deed de kassa het niet, dus de caissière vroeg of ik contant had. Ik begreep dat de pinautomaat het niet deed. Maar nee, nu deed de kassa het niet. Ze had al ingeschonken. En ik had contant maar niet gepast. Ze werd al chagrijnig, dus ik zeg: "Hou de koffie dan maar." De caissière wist het verschil blijkbaar niet tussen 'contant' en 'gepast' in het Nederlands. Ik wil betalen met de pinautomaat, en die doet het ook niet. Ze zegt, nadat er al zichtbaar lichte spanningen bij me zijn ontstaan, dat ik later wel kan komen betalen. Ik loop dus weg, licht geagiteerd, en word even later onderschept door een beveiligingsbeambte omdat ik niet wíl betalen. Ik hoef nog net geen identiteitskaart te laten zien. Er wordt een tweede beambte bijgehaald, die mobieltjes weer.
Alles bij elkaar heb ik daar een uur nodig gehad om mezelf te rechtvaardigen. Ik was gewoon gegijzeld. Ik vraag telkens: "Mag ik nu gaan, maar daar hadden ze geen antwoord op dan, na even hopeloos na te denken: "Ja, ja, als u mij normaal aanspreekt, of liever mijn collega" of zoiets. Ik werd natuurlijk kwaad en werd ook daarop afgerekend, en met de verholen verachting van de arbeidersklasse beschuldigd dat ik mooie woorden gebruikt - dat waren de woorden 'gijzeling' en 'intimidatie' - en dat ik niet zo intellectueel hoef te doen. "Het maakt ons helemaal niet uit wie u bent, professor, of arbeider, student of werkeloos."
Ze zeiden dat ik geluk heb dat ik er niet uit gegooid ben. De ene portier zegt vervolgens, knikkend naar zijn collega (om duidelijk te maken hoe nobel en vergevingsgezind die wel niet is, en wat een mazzel ik daar wel niet mee heb, en indirect natuurlijk door dit compliment - waar ze elkaar verliefd en dankbaar mee in de ogen kijken - hoe veel nobeler hijzelf wel niet is, vanaf de nog veel hogere en met ernstiger verantwoordelijkheid van de maatschappelijke ladder beklede sport (de kameraadschap van Ajacieden) waar hij zelf op staat: "Deze meneer zegt dat u nog mag blijven, maar ik had je (hij werd plots amicaal) er al uit gegooid."
Ik zeg:" Dus er is ook nog willekeur in de toepassing van dat uniform?"
"Meneer, we doen gewoon ons werk. Dit zijn de regels."
Dit is de nieuwe openbare bibliotheek van Amsterdam.