Indymedia.be is niet meer.

De ploeg van Indymedia.be is verhuisd naar DeWereldMorgen.be waar we samen met anderen aan een nieuwswebsite werken. De komende weken en maanden bouwen we Indymedia.be om tot een archief van 10 jaar werk van honderden vrijwilligers.

"Haïtiaanse stabiliteit bedreigd"

"Haïtiaanse stabiliteit bedreigd"

Port-au-Prince, 31 maart 2009, www.avec-papiers.be - De International Crisis Group (ICG) publiceerde op 3 maart een Policy Briefing (http://www.crisisgroup.org/home/index.cfm?id=5952&l=1) waarin verschillende dreigingen voor de stabiliteit van Haïti worden besproken. Het document verscheen enkele dagen voor het officiële bezoek van Ban Ki-Moon, Secretaris-Generaal van de VN op 9 en 10 maart en dat van de Veiligheidsraad tussen 11 en 14 maart. De analyse vat enkele cruciale problemen samen maar zwijgt als vermoord over de impopulariteit van de VN-blauwhelmen die nog steeds als een bezettingsleger worden beschouwd. Zo werd op 11 maart in het centrum van Port-au-Prince nog een voertuig van de VN in brand gestoken door enkele studenten.

ICG verwijst in de eerste plaats naar de rellen van april 2008 ten gevolge van de hoge levenskosten, de nasleep van de stormen die in het najaar van 2008 over het land raasden en de financiële economische crisis die ervoor zorgt dat de Haïtiaanse diaspora minder geld overmaakt aan hun familieleden. Maar er is volgens ICG vooral “(…) an urgent need for a broad political consensus and improved relations between the executive and legislative branches of government, as well as a government-donor-civil society partnership to kick-start a community-oriented reconstruction process”.

Nationale productie

Hoewel de economische groei in 2006 en 2007 respectievelijk 2,5 % en 3,2 % bedroeg was deze volgens ICG onvoldoende om uit te monden in een significante verbetering van de levensomstandigheden. De economische groei verzwakte daarenboven in 2008 tot 1,5 %. De socio-economische situatie vandaag is slechter dan tijdens de rellen in april 2008. De prijs van geïmporteerde rijst was met meer dan 60% gestegen in de 6 maanden die aan die rellen vooraf gingen. De prijs van maïs was in dezelfde periode 91% duurder geworden. Volgens de Conseil National de la Sécurité Alimentaire (CNSA) werd na de orkanen en tropische stormen in het najaar van 2008 één derde van de Haïtianen bedreigd door voedseltekorten.

ICG verwacht dat deze condities in 2009 nog zullen verslechteren doordat de Haïtiaanse diaspora, getroffen door de internationale financiële crisis, minder geld zal overmaken aan de 1,1 miljoen Haïtianen die afhangen van deze directe geldtransferts. Het totaalbedrag van deze transferts bedroeg in 2006 zo’n 1,65 miljard USD, meer dan 30% van het BNP. Het is voornamelijk de arme bevolking die hier het slachtoffer van dreigt te worden door de dalende beschikbaarheid van voedsel die ten minste tot midden 2009 zal aanhouden als er opnieuw kan geoogst worden. “Socio-economic circumstances today are worse than at the time of the April 2008 riots, and if not strategically adressed, hold a clear potential for renewed destabilisation.”

Van verschillende agronomen ter plaatse vernam deze reporter dat er een chronisch gebrek is aan zaaigoed, voornamelijk in de Bas-Artibonite. Door de enorme schade die werd toegebracht aan Haïti na de orkanen is inmiddels zelfs het voor het uitzaaien bestemde zaad opgegeten of verkocht. Er is nog zaaigoed op de markt te vinden, maar de schaarste zorgt voor hoge prijzen die vele boeren zich niet kunnen veroorloven. Verschillende lokale boerenorganisaties worden bestookt met vragen over het leveren van zaden om te kunnen planten en de oogst in juli te kunnen verzekeren. De algemene schaarste noopt echter tot een internationale actie. De internationale donoren blijken echter meer interesse te hebben voor het leveren van voedselhulp dan het leveren van zaaigoed. De agronomen stellen vast dat vele akkers vandaag braak blijven liggen doordat de boeren niet beschikken over zaaigoed. Dit alles voorspelt weinig goeds voor de oogst in juli.

Werkloosheid aanpakken is een van de belangrijkste uitdagingen in de diverse armoede- en rampbestrijdingsprogramma’s aldus de ICG. De werkloosheidsgraad overstijgt de 80% en sociale zekerheid is onbestaand. Zowel de landbouw als de textielindustrie zouden vele jobs kunnen genereren. De Amerikaanse HOPE Act, andermaal een rapport dat vrijhandel als voorwaarde stelt voor investeringen in het land, heeft volgens ICG het potentieel om vele jobs te creëren in de textielsector. Hierbij wordt verwezen naar het rapport van Collier dat elders op avec-papiers.be werd besproken (zie http://www.avec-papiers.be/Home/?p=627). Opdat de textielsector echter werkelijk opnieuw kan gaan floreren hebben investeerders volgens ICG ten minste twee factoren nodig: politieke continuïteit en een hersteld vertrouwen in de stabiliteit. De regering moet daarvoor snel actie ondernemen om bedrijven aan te trekken. Anderen, zoals Camille Chalmers van PAPDA, stellen dat de textielindustrie die louter op export gericht is slechts complementair kan zijn mbt jobcreatie. Investeringen in de landbouw die de voedselsoevereiniteit bewerkstelligen hebben een veel groter potentiëel qua jobcreatie en werken bovendien aan de voedselvoorziening van het land.

In tegenstelling tot Collier heeft ICG wel degelijk oog voor de nood aan de verhoging van de landbouwproductie. Haïti produceert vandaag slechts 46% van het lokaal geconsumeerde voedsel, 49% komt uit import, buitenlandse hulp zorgt voor de rest. De daling van de importtarieven, verregaande liberaliseringen en een historische desinteresse voor investeringen in het platte land hebben de nationale voedselproductie ernstige klappen toegediend (zie http://www.avec-papiers.be/Home/?p=465). Het staatsbudget dat eind 2008 werd voorgesteld bedroeg 256,4 miljoen dollar, 60% daarvan wordt gefinancierd door donoren. 25% van het BBP wordt gegenereerd door de landbouwsector, maar in het begrotingsvoorstel van eind 2008 werd er slechts 6,5% van het budget voorzien voor landbouw en veeteelt. Het herziene staatsbudget dat nog steeds niet werd goedgekeurd is inmiddels gedaald tot een kleine 205 miljoen USD.

De voornaamste bekommernissen voor de landbouw zijn volgens ICG betwistingen over het eigendomsrecht op land, milieuproblematiek, primitieve landbouwmethodes en gebrek aan transportinfractructuur. Het gebrek aan programma’s voor plattelandsontwikkeling zorgen ervoor dat jaarlijks 75.000 mensen naar de reeds overbevolkte hoofdstad komen in de hoop er werk te vinden. Naar schatting 25% van de bevolking woont in Port-au-Prince. Kleine boeren moeten toegang krijgen tot krediet en worden aangemoedigd om bomen te planten, aldus ICG. Nog slechts 3% van het grondgebied is bebosd, wat in het bergachtige land 50 % van het grondgebied met erosie bedreigt.

Politieke conjunctuur

Nadat de rellen vorig jaar ertoe leidden dat toenmalig eerste minister Alexis aan de kant werd geschoven duurde het tot augustus vooraleer een nieuwe eerste minister werd aangeduid. Michèle Pierre-Louis, de nieuwe eerste minister, verkondigde in één van haar eerste toespraken dat landbouwinvesteringen de voornaamste prioriteit zou worden. Zowel politieke actoren als de civiele maatschappij uiten echter bezorgdheid over de richtingloosheid van het beleid. Velen beschuldigen president Préval ervan de regering te veel te beïnvloeden, terwijl Pierre-Louis wordt verweten te weinig weerstand te bieden tegen de druk van de president. De politieke conjunctuur (http://www.avec-papiers.be/Home/?p=654) zorgt ervoor dat politieke beslissingen al te vaak worden beïnvloed door wat ICG “spoilers” noemt, dat zijn combinaties van drugstrafiekanten, corrupte politici, bendeleiders en een deel van de oligargische ondernemers die munt slaan uit de instabiliteit en de richtingloosheid van de het beleid. Inmiddels krijgt Pierre-Louis ook kritiek van voormalige supporters uit de civiele maatschappij.

Politiek geraakt men nauwelijks een stap vooruit. Het budget dat in december werd voorgesteld blijft inmiddels geblokkeerd in het parlement. Verschillende stemmen pleiten voor het opnieuw oprichten van het in 1994 ontbonden leger. Volgens ICG zal het politiek debat hierover blijven aanwakkeren zolang de onveiligheid blijft voortduren. Het gebrek aan transparantie van wat er met overheidsfondsen gebeurt weekt ook aardig wat kritiek los bij donoren. En het feit dat 2009 een verkiezingsjaar is helpt zeker niet om een politieke consensus te vinden.

Verkiezingen

De senaatsverkiezingen die op de agenda staan voor 19 april waren oorspronkelijk voorzien voor 2007. De Haïtiaanse constitutie stelt dat om de twee jaar één derde van de 30 senaatszetels moeten worden vervangen. Het mandaat van tien senatoren liep reeds af begin 2008. Twee andere senaatszetels kwamen vrij door andere omstandigheden. De volgende verkiezingen zijn reeds gepland voor november als er opnieuw een derde van de senaat moet verkozen worden. Om de politieke besluitvorming weer op snelheid te krijgen is het volgens ICG noodzakelijk de verkiezingen in april te laten plaatsvinden. Anderzijds stelt ICG dat “[t]he exclusion of Lavalas, the party with the broadest base among the electorate, from the polls is likely to have serious implications for political stability. (…) All political turmoil in Haïti since 1987 has been related to challenges of elections over fraud or alledged fraud.” Het is uw reporter die zich hardop de vraag stelt of het werkelijk nodig is, met de in november voorziene verkiezingen van opniew een derde van de senaat, wel zin heeft om nu kost wat kost verkiezingen te organiseren die per definitie controversieel zullen zijn gezien de uitsluiting van Lavalas.

Veiligheid

Het is onweerlegbaar zo dat de opleiding van politieagenten een belangrijk aspect is om de Haïtianen weer vertrouwen te doen krijgen in de Police Nationale d’Haïti (PNH). Hun aantal steeg tussen 2004 en eind 2008 van 1500 tot 8300. Het aantal kidnappings daalde in 2006 en 2007, maar het geweld van april 2008 wees er volgens de ICG echter op dat de PNH nog niet in staat is de orde te bewaren. Het hoofd van de PNH, Mario Andrésol, maakt er zich zorgen over dat het budget voor PNH beperkt wordt in de budgetten en dat de aankoop van politiemateriaal daardoor in het gedrang komt. De orkanen hebben daarenboven ernstige schade toegebracht aan de infrastructuur en logistiek van de politie, aldus ICG.

Drugshandel blijft een ander belangrijk probleem. Naar schatting 10% van de in de VS geconsumeerde cocaïne wordt verscheept via Haïti. Het wit poeder is in Haïti niet in het straatbeeld niet aanwezig, maar de business zorgt wel degelijk voor grote problemen. Bij een inval in Port-de-Paix werd zo’n 2 miljoen dollar buitgemaakt bij een vermeende drugsdealer, Alain Désir, die inmiddels naar de VS werd overgebracht. Een groot deel van dit geld is echter inmiddels verduisterd door leden van de politie en het gerecht. In het onderzoek dat werd ingesteld zijn verschillende verdachte overlijdens geconstateerd, wat het vertrouwen van de bevolking schaadt in het gerechtelijk en het politioneel apparaat.

ICG pleit ervoor dat de VS opnieuw helicopters ter beschikking zou stellen om te strijden tegen deze trafiek. Het is immers een feit dat droppings zelfs overdag plaatsvinden en dat bepaalde in bepaalde streken paketten cocaïne in de zee ronddobberen totdat de trafiekant deze komt oppikken. Volgens ICG zou de constructie van een nieuwe zeebasis voor de MINUSTAH (de VN-missie in Haïti) in Les Cayes en het ontplooen van 16 nieuwe patrouilleboten de trafiek kunnen tegengaan, mits er een duidelijke samenwerking is tussen PNH en MINUSTAH.

Conclusie

Het rapport van ICG haalt een aantal belangrijke thema’s aan die de Haïtiaanse stabiliteit bedreigen. Het is echter opmerkelijk dat ICG zwijgt als de dood over de impopulariteit van de VN-blauwhelmen die door het merendeel van de bevolking worden beschouwd als een bezettingsleger. Er zijn weinig manifestaties in Haïti waarin naast wat-voor-eisen-dan-ook niet tegelijkertijd wordt betoogd tegen de bezetting en de MINUSTAH. Ze worden beschouwd niet enkel als een bezettingsleger dat de soevereiniteit van het land met de voeten treedt, maar vooral als een leger dat ervoor zorgt dat de regering in de pas blijft lopen van een internationale gemeenschap die weinig te beloven heeft om de armoede in Haïti te bestrijden, integendeel.

Anderzijds kan men zich de vraag stellen of die internationale gemeenschap, die de ICG financiert, wel degelijk alle ricico’s durft te bespreken. De impopulariteit van MINUSTAH is één zaak. Het feit dat uit mijn persoonlijke gesprekken blijkt dat nu reeds duidelijk is dat er een probleem zal zijn mbt de voedselvoorziening omwille van het gebrek aan zaaigoed doet vragen stellen over de ICG die wil “afwachten” of er in juli nu blijkt of Haïti zich al dan niet hersteld heeft van de orkanen. Of is ICG dan andermaal maar weer een andere promotor van de acties van de internationale gemeenschap die meer perspectief ziet uit het voorzien van voedselhulp dan uit het leveren van (in het beste geval niet genetisch gemanipuleerd) zaaigoed dat de Haïtiaanse boer minder afhankelijk maakt van dergelijke voedselhulp en de Haïtanen eindelijk op hun eigen benen laat staan.